Maar nu had ik graag nog eens geblogd, misschien wel de laatste keer. Wie weet. Het gaat eigenlijk niet zo goed met onze Briek. Dat is niet iets dat we heel open en vrij overal verkondigen, maar ik realiseer me ook dat we in een tijd leven waarin emotionele of psychische gezondheid geen taboe meer zou mogen zijn.
In april werd Briek nogmaals geopereerd. Ze plaatsen een stukje bot uit zijn heup in zijn kaak, waardoor hij wekenlang pijn had aan heup en mond. Het was een opname mid-coronatijd en het waren niet de 5 beste dagen van ons leven. Het herstel nadien verliep, niet spectaculair moeilijk, niet bijzonder gemakkelijk. Maar na zes weken vloeibare voeding lag het allemaal achter ons en daarmee was de kous af ofzo.
We zijn al bijna 9 jaar op het schisispad en ik heb gedurende al die jaren de hele boel proberen kapot te relativeren. Het is maar een schisis. Het had ook een hartafwijking of kanker kunnen zijn. Ik heb schaamte gevoeld om in het ziekenhuis op het belletje te duwen omdat we op een afdeling werden opgenomen waar veel ziekere kinderen lagen. Ik heb daar mijn kind de ziel uit zijn lijf laten kotsen omdat me dat 'normaal leek na een operatie' en ik 'de verpleging niet wou storen'.
Ik heb me rot gevoeld, schisismoe. En dat volgde meteen door een berg relativeringsgedachten, allemaal richting dooddoener 'het is maar'. Mensen wijzen ons er ook steeds op dat we ons gelukkig mogen prijzen, want ze kunnen veel en aan Briek zijn lip zie je niet veel. Na 9 jaar kruipt dat in je hoofd. Prijs je gelukkig, het is een aandoening die ze kunnen fiksen. Dat gaat voorbij aan de jarenlange begeleiding en de vele ingrepen die er nodig zijn. En al helemaal aan de mentale impact op het kind.
Ik heb gedweept met woorden als "resilience", veerkracht. 'Kinderen zijn zo veerkrachtig.' Vergis je niet... wij zijn helemaal niet zo sterk als iedereen vermoedt. Maar toch, er zijn veel ergere dingen.
Realiteit is echter dat dit bij een kind, of toch bij onze Briek, helemaal niet werkt. Wij kunnen ons als ouders nog zo lam relativeren als we willen, Briek zijn realiteit blijft de zijne. Ongeacht voor welke aandoening hij al 9 jaar behandeld wordt.
Het gaat niet zo goed nu. We konden er niet meteen de vinger op leggen, maar namen wel voorzichtig woorden als depressie in de mond. Briek verloor zijn licht, zijn enthousiasme en verzinkt vaak nog dieper in de zorgelijkheid die hij al zijn hele leven meedraagt. Hier wordt veel gehuild. We maken ons elke dag zorgen. We hebben erge dingen gezegd tegen elkaar, Jorge en ik. "Ik denk dat Briek geen 20 jaar wordt." "Als Briek nu een puber is, dan zou hij misschien wel zelfmoord plegen."
Ik ben lang blind geweest voor de impact die de schisis van Briek op dit hele gebeuren heeft; dat hoorde bij dat relativeren. Maar nu valt er niks meer te ontkennen. Briek verloor 2 melktanden en reageerde met een soort van post traumatische stress. Angst, tranen, dat is wat alles rond zijn mond met hem doet.
Daarnaast kan Briek zich NIKS meer herinneren van de opname in Leuven in april. Dat is echt nog niet zo lang geleden. Misschien is het een soort verdediging voor hemzelf. Copingstrategie.
Schoolwerk zorgt thuis voor tranen, op school werkt hij zich kapot. En dat mag je letterlijk nemen.
Afstand nemen van familie (vooral online is een ramp), lusteloosheid en dan die vele vele vele tranen.
Vermoedelijk blijf ik gewoon verder gaan met de hele boel te minimaliseren, voor mezelf. Voor Briek wil ik nu gewoon onbevooroordeeld naast hem staan. Want ze kunnen heel veel, maar mijn kind gelukkig houden, dat kunnen ze (we) niet.
"Ik vind het niet erg dat ik geboren ben, ik vind het erg dat ik ZO geboren ben."
"Ik hoop ooit terug gelukkig te zijn, ik weet alleen niet of het nog lukt."
Ondertussen zochten we professionele hulp. Zonder schaamte, zonder taboe. We zien hem graag 30, 40, 50 jaar worden.